Het Fytocentrum, Tynaarlo

praktijk voor natuurgeneeskunde

ORTHOMOLECULAIRE  GENEESKUNDE


De geschiedenis van orthomoleculaire geneeskunde, een inleiding.  

Aan het einde van de 19e en in de eerste helft van de 20e eeuw ontwikkelden Dr. Max Bircher-Benner en andere voedingspioniers diëten voor allerlei ziekten. In diezelfde periode werd duidelijk dat tekortziekten genezen konden worden door toediening van alleen maar een vitamine, namelijk A bij nachtblindheid, B1 bij beri-beri, B3 bij pellagra, C bij scheurbuik en D bij Engelse ziekte. Sinds de jaren vijftig hebben wetenschappelijke onderzoeken laten zien dat deze vitaminen bovendien een gunstige werking hebben bij allerlei andere ziekten, bijvoorbeeld B3 bij schizofrenie, C en E bij atherosclerose en dat C bovendien remmend werkt op de groei van kankercellen. Wel bleek het nodig om bij deze ziekten beduidend hoger te doseren dan bij de bekende tekortziekten gebruikelijk was. Sinds de jaren tachtig gebruiken velen vitamine C en E om hart-en vaatziekten tegen te gaan.


De term "orthomoleculair" werd voor het eerst in 1968 gebruikt door Prof. Linus Pauling, Ph.D., in zijn baanbrekende artikel in het tijdschrift "Science". 'Orthos' betekent in het Grieks 'juist, recht, gezond' en 'moleculair' betekent 'de moleculen betreffende'. Orthomoleculaire stoffen zijn dus niet toxisch en niet vreemd aan het lichaam, d.w.z. dat het lichaam ze normaal en zonder schade biochemisch en fysiologisch kan verwerken. Orthomoleculaire geneeskunde tracht om het optimale milieu voor de lichaamscellen te herstellen door, rekening houdend met de individuele behoeften, op moleculair niveau tekorten aan te vullen en onevenwichtigheden te corrigeren. Er wordt gebruik gemaakt van natuurlijke stoffen zoals vitaminen, mineralen, aminozuren, enzymen, probiotica en essentiële vetzuren.
 
In 1948 ontdekte Prof. Dr. Jack Masquelier van de Universiteit van Bordeaux het stofje "OPC" (Oligomere Pro Cyanidinen), dat de werking van vitamine C versterkt en o.a. een geneeskrachtige werking heeft op zowel aders als slagaders en haarvaten. Inmiddels zijn - en worden - er diverse andere beschermende "fytochemicals" in planten ontdekt welke een belangrijke rol spelen bij het in stand houden van de gezondheid (bijvoorbeeld antioxidanten). In de loop van de jaren tachtig werd het nut van antioxidanten in wetenschappelijke kringen algemeen geaccepteerd.

Andere voorbeelden van antioxidanten zijn vitamine C, bètacaroteen, vitamine E, selenium en glutathion. Deze stoffen hebben een gunstige uitwerking bij het merendeel van de ziekten, waaronder hart- en vaatziekten. Sinds de jaren tachtig is de orthomoleculaire wetenschap in een enorme stroomversnelling gekomen; er zijn vele nieuwe interessante stoffen ontdekt en er zijn veel nieuwe functies aan het licht gekomen van reeds bekende vitaminen, mineralen en sporenelementen.
Een goed voorbeeld is de ontdekking dat foliumzuur helpt om het homocysteïnegehalte te verlagen, een stof welke o.a. het ontstaan van atherosclerose bevordert.
Ook de aanvulling van (relatieve) tekorten krijgt sindsdien veel meer aandacht. Met name het "anti-stress-mineraal" magnesium blijkt volgens de zgn. volbloed-spectraalanalyse zéér deficiënt. In de praktijk kan je met behulp van de irisdiagnostiek vaststellen, dat maar liefst 80% van de bezoekers en schrikbarend magnesiumtekort heeft.
Een ander voorbeeld is het suppleren van omega-3- en omega-6-vetzuren bij zwangere vrouwen vanwege het belang van een goede intelligentie-ontwikkeling bij kinderen.
Ook in de reguliere geneeskunde, waar men overigens nog maar héél sporadisch gebruik maakt van supplementen in een therapeutische dosering, past men nu standaard (slechts 3 maanden) foliumzuursuppletie toe bij zwangere vrouwen ter preventie van een "open ruggetje" bij de pasgeborene.

De gunstige werking van voedingssupplementen berust veelal op het verbeteren van enzymatische processen en functies - en de enige bijwerking is daarom gewoonlijk een verbetering van het algemeen wel bevinden. Steeds meer mensen voor de methode van gerichte suppletie ter behandeling of voor de preventie van klachten en de verbetering van hun prestaties.

De orthomoleculaire geneeskunde neemt een eigen plaats in onder de natuurlijke geneeswijzen en kan goed worden gecombineerd met andere natuurlijke geneeswijzen en ook met "gewone" geneesmiddelen.

Het is overigens niet de bedoeling om voedingsfouten alleen met voedingssupplementen te corrigeren; men dient dus te allen tijde voldoende aandacht te schenken aan goede basale of meer persoonlijk gerichte voedingsadviezen!

In de jaren zestig bleek uit onderzoek in Duitsland duidelijk dat plantaardige en dierlijke enzymen niet alleen nuttig zijn ter ondersteuning van de spijsvertering, maar ook een nuttig supplement kunnen zijn bij infecties, reumatische ontstekingen en zelfs kanker.
Vergeleken met de hoeveelheid eiwit, vet en koolhydraten die de mens via voeding binnenkrijgt, is de hoeveelheid vitaminen en mineralen heel gering - een tekort van één vitamine kan de gezondheid al aantasten.

Vitaminen en mineralen vormen onder meer een belangrijk onderdeel van enzymsystemen, welke van groot belang zijn voor een goede spijsvertering en een optimale stofwisseling. Het zijn dus activerende stoffen; bij een gebrek aan deze zgn. co-enzymen kunnen bepaalde chemische reacties in de cellen niet goed verlopen waardoor verouderingsprocessen optreden. Mede hierdoor kunnen ernstige ziekten ontstaan zoals ouderdoms-diabetes, reuma, kanker of hart- en vaatziekten.
We hebben evenwel ook nog te maken met andere invloeden, die tegenwoordig in brede kring worden aangemerkt als promotors van de (Westerse) degeneratieziekten; de levenskwaliteit wordt heden ten dage sterk negatief beïnvloed door factoren zoals verarming van de landbouwgrond t.g.v. eenzijdige, kunstmatige bemesting en daardoor verstoring van de biochemische bodemprocessen, alsmede het verdwijnen van bepaalde voor de groei noodzakelijke elementen uit de bodem, zoals selenium, chroom, jodium, zink, kalium enz. Kwantiteit en kostprijs komen tegenwoordig op de eerste plaats in de moderne, niet-biologische landbouw.
Ook produceren de fabrikanten steeds meer uiterlijk aantrekkelijke ("light") vezelarme, hoog bewerkte, geraffineerde en dus zwaar gedenatureerde producten, waaraan ook nog eens een surplus aan (chemische) additieven wordt toegevoegd.

Hieruit  mogen we concluderen dat we ons meer zouden moeten bezighouden met wat er NIET meer in de voeding zit, én met de vele onnodige en verkeerde toevoegingen die er WEL in zitten...

Sinds de jaren tachtig, waarin de nutritionele ~ orthomoleculaire
geneeskunde ontstond, is de vraag naar een behandeling met voedingssupplementen steeds groter geworden. De snelle ontwikkelingen in de communicatietechnologie bieden tegenwoordig een schat aan informatie, hierdoor zullen de zgn. nutritionele therapieën een steeds belangrijker rol gaan spelen.
Steeds meer mensen zijn zich ervan bewust dat lifestyle en goede voeding een belangrijke rol spelen, niet alleen voor de instandhouding van een goede gezondheid maar ook ter preventie en voor de genezing van bepaalde ziekten. Zo doen tegenwoordig miljoenen mensen uit de hele wereld een beroep op orthomoleculaire supplementen en fytotherapeutica - of daaruit gecombineerde preparaten.
De nutritionele geneeskunde heeft inmiddels onmiskenbaar haar sporen verdiend, op vele terreinen. Er is wereldwijd door vele onderzoekers vastgesteld dat hoge doses specifieke voedingsstoffen en/of geconcentreerde bestanddelen daarvan de bloeddruk doen dalen, het risico op kanker verkleinen, het cholesterolgehalte en plaquevorming verlagen, de afweer verbeteren, de energie verhogen, het verouderingsproces vertragen en zelfs de incidentie van aangeboren ziekten en vroegtijdige bevallingen doen afnemen. Deze positieve invloed op onze gezondheid en de kwaliteit van ons leven, kan zelfs onze levensduur verlengen - met gezonde jaren.


We gaan wat dieper in op de orthomoleculaire Geneeskunde...  
"De orthomoleculaire geneeskunde tracht om het optimale milieu voor de lichaamscellen te herstellen door, rekening houdend met de individuele behoeften, op moleculair niveau tekorten aan te vullen en onevenwichtigheden te corrigeren. Daartoe wordt gebruik gemaakt van natuurlijke stoffen zoals vitaminen, mineralen, aminozuren, enzymen, (fyto)hormonen, antioxidanten en essentiële vetzuren."

Noodzaak en belang van suppletie.
Langdurige 'subklinische', ook wel langdurig relatieve tekorten, kunnen leiden tot degeneratieve ziektebeelden. Een ieder is bekend met de risico's van een tekort aan ijzer: minder hemoglobine, minder zuurstofbinding, verminderde oxygenatie (zuurstofvoorziening) van de weefsels en organen en de daaruit voortvloeiende klachten. Suppletie met ijzer is dan ook de normaalste zaak van de wereld. Hetzelfde kan gezegd worden van de suppletie van calcium met als doel het risico op osteoporose te verminderen. Als we het evenwel hebben over de suppletie van magnesium, selenium of zink, dan wordt daar nog vaak verbaast tegen aangekeken en soms als onzin bestempeld.

Enige voorbeelden.
Selenium is een sporenelement, dat zeer verspreid op de aarde voorkomt. Men heeft ontdekt, dat in selenium-arme gebieden hartziekten en borstkanker vaker voorkomen dan in gebieden die selenium-rijk zijn. Het toedienen van selenium is, als hiermee de incidentie van genoemde ziekten teruggedrongen kan worden, dus alles behalve onzinnig. Een ander therapeutisch voorbeeld: regelmatig wordt door met name vrouwen op middelbare en oudere leeftijd de klacht geuit, dat zij zo'n last hebben van kuitkrampen. In veel gevallen blijkt de suppletie met magnesium een goede oplossing te zijn. Simpel, goedkoop en veilig. Waarom dat niet vaker wordt gedaan heeft wellicht te maken met de onbekendheid van de symptomen van een (relatief) magnesiumtekort en het gebrek aan reclame hiervoor. Het is eigenlijk merkwaardig dat we het de normaalste zaak van de wereld vinden dat dieren zoals paarden en koeien regelmatig extra magnesium krijgen, maar dat we het suppleren bij de mens al gauw vreemd vinden omdat we in Nederland zo'n "gezonde voeding" denken te gebruiken. Magnesium is als natuurlijke stof niet te patenteren en er kan dus nauwelijks iets aan verdiend worden - dus geen interesse van Big Brother Farma...


Magnesium en hersenenveroudering.
Mannen en vrouwen die last hebben van geheugenproblemen, kunnen hun hersenfuncties herstellen tot een normaal niveau door een magnesiumsupplement te nemen. Dat blijkt uit een studie met 45 deelnemers die tussen de 50 en 70 jaar oud waren.
De hersenen zijn plastisch, maar naarmate de hersenen verouderen, neemt de hersenplasticiteit af. Er ontstaan dan steeds minder verbindingen tussen de hersenneuronen, hetgeen essentieel is voor het goed functioneren van de hersenen. Magnesium ondersteunt de vorming van nieuwe hersenverbindingen.

Bron:
Liu G, Weinger J et al. Efficacy and Safety of MMFS-01, a Synapse Density Enhancer, for Treating Cognitive Impairment in Older Adults: A Randomized, Double-Blind, Placebo-Controlled Trial. Journal of Alzheimer’s Disease 49 (2016) 971–990



Gebruik maken van de huidige kennis betreffende mineralen is tegenwoordig van belang. Door het zeer langdurig gebruik van extreem eenzijdige kunstmest is de mineralenhuishouding van de Nederlandse bodem ernstig verstoord. Zoals eerder beschreven, bepaalde mineralen en sporenelementen komen door deze onnatuurlijke balans in veel te geringe mate nog voor. Zo heeft de overheid in Finland besloten om aan het kunstmest selenium toe te voegen. Sindsdien is de opname van het selenium door de bevolking toegenomen. Een andere manier is om eventuele tekorten aan te vullen met (multi)vitamine- en/of mineraalpreparaten als voedingssupplement.
Bij de keuze van een "goed" voedingssupplement, een goede "multi", dient men zich goed te realiseren dat niet alle merken "natuurlijke vitaminen" gelijk zijn! Kwaliteit en oorsprong van de verschillende vitaminen en mineralen lopen enorm uiteen; het grootste deel van de goedkopere producten bestaan uit synthetisch vervaardigde vitaminen en worden uit aardolie, aardgas en kolen gewonnen. Ook wordt er vaak heel klein beetje gebruikt van een zuiver natuurproduct, mét een synthetische toevoeging (bijvoorbeeld vit. C); de etiketvermelding geeft dan al gauw een heel 'natuurlijk beeld'. Bovendien is het meestal een ondoorzichtig verhaal als we proberen te achterhalen wie of welk persoon een bepaalde receptuur heeft ontwikkeld. Voor een goede productontwikkeling van supplementen is erg tegenwoordig veel ervaring en kennis nodig.


Natuurlijke, hoogwaardige multi's zijn gewoonlijk opgebouwd uit kwalitatief hoogwaardige grondstoffen en vallen daarmee uiteraard in een hogere prijsklasse! Deze bevatten ook geen overmaat aan overbodige vulstoffen, hetgeen veel meer voorkomt dan men denkt.
In verschillende orthomoleculaire artikelen van binnen- en buitenlandse natuurvoedingsdeskundigen en andere onderzoekers wordt voortdurend aangetoond, dat de (Nederlandse) bevolking zich inadequaat voedt. Zelfs bij het gebruik van een zgn. evenwichtige voeding - waarvan de verantwoordelijke overheidsinstanties steeds opnieuw beweren dat zij volledig in alle behoeften voorziet - treden ernstige tekorten op van zeer belangrijke micro-voedingsstoffen (vitamines, mineralen, sporenelementen). De 'heilige' ADH is in wetenschappelijke zin feitelijk gebaseerd op drijfzand en geeft alleen aan wanneer er geen absolute tekorten zouden kunnen optreden; relatieve tekorten zijn er dan nog steeds...

Mannen die dagelijks een multivitamine nemen, kunnen op lange termijn hun risico op een cardiovasculaire voorval met 44% verminderen. Dat hebben onderzoekers van de befaamde Harvard universiteit kunnen afleiden uit de gegevens van een grootschalige bevolkingsstudie, waarin 18.000 mannelijke artsen gevolgd werden.
Enkel bij de groep van mannen die gedurende minstens 20 jaar een multi hadden genomen, konden onderzoekers een verlaagd cardiovasculair risico meten.

Bronnen: Rautiainen S, Rist PM, Glynn RJ, Buring JE, Gaziano JM, Sesso HD. Multivitamin Use and the Risk of Cardiovascular Disease in Men. J Nutr. 2016 Apr 27. pii: jn227884.


De uitkomsten van door TNO en vele andere uitgevoerde voedingsberekeningen tonen onweerlegbaar het volgende aan:

Zelfs een zgn. 'evenwichtige voeding' bevat ONVOLDOENDE vitamines, mineralen en sporenelementen: vitamine A en D, jodium, selenium, magnesium, chroom, kalium en zink komen als relatief tekort bij de gehele bevolking voor. Voorts brengen de vele berekeningsuitkomsten marginale innamen van de B-vitamines en vitamine E aan het licht.
Er zijn voldoende aanwijzingen dat het aantal mensen dat daadwerkelijk eet volgens de richtlijnen van het Voedingscentrum en derhalve "evenwichtig eet", uiterst klein is. Het is dan ook onbetwist dat bij praktisch de gehele bevolking meervoudige deficiënties aan micro-voedingsstoffen bestaan.
Bij de vaststelling van de voedingsnormen is ten onrechte geen rekening gehouden met allerlei levensomstandigheden zoals de voedingstoestand en de (verkeerde) voedselkeuze bij bepaalde bevolkingsgroepen en onder bepaalde werkomstandigheden, die de behoefte aan noodzakelijke micro-voedingsstoffen bij de bevolking verhogen. Indien ook deze negatieve factoren worden meegenomen, kan slechts worden geconcludeerd dat ernstige, meervoudige tekorten op cellulair niveau bij de gehele bevolking voorkomen.

Recent onderzoek toont overtuigend aan dat de hiervoor reeds gesignaleerde tekorten leiden tot verhoogde kansen op het ontstaan van hart- en vaatziektes, kanker en andere ernstige, op grote schaal voorkomende ziektebeelden, alsmede tot massaal verlies van conditie en weerstand in de breedste zin van het woord.
Een falende toevoer van essentiële elementen in de voeding wordt versterkt door een onevenwichtige of onverstandige voedselkeuze, maar ook door de toepassing van allerlei diëten (bv. bij overgewicht). Bij mensen die lijden aan ziekten en aandoeningen van het spijsverteringskanaal zien we op termijn ook problemen; denk aan het malabsorptiesyndroom (slechte voedingsopname van de dunne darm), de Ziekte van Crohn, enzymstoornissen, galaandoeningen, veel gebruik van antibiotica waardoor een gestoorde darmflora en dientengevolge een verzwakte hormoonbalans en immuniteit ontstaan, gebruik van bepaalde medicijnen, veel koffie (fytine) en thee. Tenslotte spelen er (epi)genetisch bepaalde factoren mee; daar wordt op dit moment wereldwijd veel onderzoek naar gedaan.

De gemiddelde leeftijd is in de jaren negentig in Nederland gestegen tot ±78 jaar. Het aantal 100-jarigen is in West-Europa momenteel enorm gestegen. In principe kunnen we binnen enkele decennia zelfs 120 jaar oud worden. Het liefst doen we dat in een goede, optimale gezondheid. Om het verouderingsproces zo goed mogelijk te begeleiden is er een groot aantal natuurmiddelen voor handen, die eveneens preventief aangewend kunnen worden. Zo kunnen de spierkracht (het bewegingsapparaat), het uithoudingsvermogen, de enzymatische systemen, de hersenfuncties en het hormonale evenwicht bijv. langdurig op een zeer hoog peil worden gehouden met behulp van (kwalitatief hoogwaardige) voedings-supplementen.


Mineralenevenwicht, kennis van symptomen
 
Mineralen spelen een belangrijke rol in de stofwisseling (metabolisme). De functies van de diverse minerale lopen uiteen: ze zijn betrokken bij de samenstelling van het lichaamsvocht, de geleiding van zenuwimpulsen, de spiercontracties, mineralen zijn ook nodig voor een goede werking van vitaminen en bij vele chemische reacties als onmisbaar onderdeel van vele enzymen. Het zijn de voornaamste bestanddelen van de beenderen, bloed, tanden, spieren, zenuwcellen en bindweefsel (totaal ongeveer 4% van het totale  gewicht). Mineralen zijn essentieel voor tal van metabole functies. Denk in dat verband ook aan de synergistische werking met vitaminen zoals selenium bij vitamine E, zink bij vitamine A en ook magnesium bij vitamine B6; zowel een magnesium- als een vitamine B6-tekort veroorzaken overigens zeer vergelijkbare (ziekte)verschijnselen zoals spierkrampen, omdat zij in het lichaam samenwerken. Magnesium activeert o.a. enzymen die bijvoorbeeld nodig zijn voor de benutting van vitamine B1, B2 en B6.
     

Absorptie van mineralen en sporenelementen
Wanneer een mineraal of spoorelement via de voeding of via een voedingssupplement het lichaam binnenkomt is er meestal een aantal voorbereidende stappen nodig om het voor absorptie (complete passage door de darmwand naar de bloedbaan) geschikt te maken. Voor elke nutriënt is er een specifieke plaats in de darm, waar bijvoorbeeld een bepaalde zuurgraad aanwezig is en passage naar de bloedbaan mogelijk is. Het lichaam beschikt over diverse transportmechanismen om mineralen / spoorelementen etc. door de darmwand te vervoeren: passieve diffusie, passief transport of gefacilieerde diffusie en actief transport.
Hoeveel van een bepaald mineraal/spoorelement uiteindelijk geabsorbeerd wordt, is moeilijk te voorspellen omdat dat van zeer veel factoren afhankelijk is.

Enkele van die factoren zijn:

Interacties met bestanddelen uit de voeding.
Verschillende bestanddelen in ons voedsel kunnen tijdens de spijsvertering reageren met mineralen / spoorelementen in het maag-darmkanaal en de absorptie ervan gunstig of juist ongunstig beïnvloeden. Uit onderzoek blijkt bijv. dat bepaalde vezels in de dunne darm weliswaar onoplosbare complexen kunnen vormen met mineralen / spoorelementen, maar dat door fermentatie van de vezels in het colon de mineralen / spoorelementen weer vrij kunnen komen, waarna absorptie alsnog kan plaatsvinden.

De zuurgraad.
Een afname van de zuurgraad (8pH) in de maag kan leiden tot een excessieve toename van de vorming van mineralen / spoorelementen als hydroxiden, welke ongunstige complexen vormen. Vooral de absorptie van ijzer en calcium neemt af bij een te lage of geen productie van zoutzuur in de maag.

Mineraal-spoorelement-vitamine interacties.
Interacties tussen mineralen / spoorelementen enerzijds en vitaminen anderzijds zijn uitvoerig bestudeerd. De onderlinge wisselwerking is bij mineralen veel kritischer dan bij de vitaminen. De mineralen en spoorelementen kunnen elkaar op verschillende niveaus versterken of juist tegenwerken. In fysiologische hoeveelheden kan een nutriënt synergistisch zijn voor een ander nutriënt maar in hogere hoeveelheden kan het antagonistisch reageren en interfereren met de absorptie of zelfs het metabolisme van dat nutriënt, of kan het de behoefte er aan vergroten. Antagonisme tussen mineralen en spoorelementen op absorptieniveau houdt in dat een excessieve inname van een bepaald element de absorptie vanuit de darmen van een ander element kan verlagen; zo kan een hoge inname van calcium de absorptie van zink remmen, maar de opname van magnesium verhogen. Synergisme tussen elementen vindt vooral plaats op metabolisch niveau. IJzer en koper zijn in die zin synergistisch, dat voldoende koper vereist is voor de benutting van ijzer. Zo'n synergistische werking bestaat er ook tussen calcium en magnesium, calcium en fosfor, kalium en natrium, zink en koper enz. Een optimale ratio (verhouding) tussen twee en uiteindelijk veel meer essentiële elementen is dus van groot belang. Bij vitamines zien we dat overigens ook bij vitamine B11 (foliumzuur) en B12.
 
Naast de genoemde interacties is het ook mogelijk dat een gebrekkige inname van het ene element een toxische stapeling van een ander element tot gevolg heeft. Zo kan onder ongunstige omstandigheden loodtoxiciteit optreden bij (te) lage inname van calcium of ijzer. Ook kan een excessieve inname van een element een gebrek van een synergistisch element tot gevolg hebben. Zo kan excessieve inname van zink een kopergebrek tot gevolg hebben.
De zware metalen waarmee we op cellulair niveau tegenwoordig het sterkst belast zijn, blijken o.a. cadmium, lood, kwik en aluminium te zijn. Deze elementen hebben een zeer krachtig remmend effect op diverse therapeutische interventies, van natuurlijke remedies tot aan chemokuren toe. Zij kunnen bijvoorbeeld een belangrijke oorzaak zijn van het steeds vaker optreden van therapieresistentie.


Vitaminen zijn nauw betrokken bij de metabolische functies (stofwisseling) van mineralen / spoorelementen. Om een gebrek aan een bepaald element te corrigeren kan gelijktijdige toediening van een bepaalde vitamine nodig zijn. Zo zijn de vitaminen C, D en K noodzakelijk voor de absorptie en benutting van calcium. En vitamine K2 transporteert calcium van de weke delen (slagaders!) naar de botten. Over de vele interacties die kunnen plaatsvinden tussen mineralen, sporenelementen en vitaminen is nog lang niet alles bekend; het hier vermelde is dan ook verre van volledig!



De vorm waarin een mineraal wordt aangeboden.
De chemische vorm van een mineraal / spoorelement is van invloed op de biologische beschikbaarheid. Hierbij wordt onder biologische beschikbaarheid verstaan het percentage van de hoeveelheid van een ingenomen voedingsstof dat na absorptie en transport werkelijk benut kan worden door de lichaamscellen. In het algemeen kan gezegd worden dat mineralen / spoorelementen in organische vorm véél beter door het lichaam benut worden dan die in anorganische vorm. Mineralen dienen optimaal 'gecheleerd' te worden, dus bij voorkeur gebonden te zijn aan een organische 'sleepstof' een waardoor stabielere verbindingen ontstaan die minder gevoelig zijn voor de inwerking van maagzuur en zodoende een goede transportfunctie krijgen en goed beschermd zijn tegen de vorming van onoplosbare complexen. Voorbeelden van populaire, organisch gebonden cheleer- (bindings- of sleep)stoffen zijn:  orootzuur-, asparaginezuur-, picolinezuur- of vele aminozuur-verbindingen, aangeduid als Amino Acid Chelated (=AAC).